Spring naar inhoud

Bestuursbeleid

3. Bestuursbeleid

Het bestuur bepaalt het beleid van het pensioenfonds en voert dit beleid ook uit. Het bestuur van het pensioenfonds bestaat uit vertegenwoordigers van werkgevers en (oud-)werknemers in de recreatiebranche en een onafhankelijk voorzitter. Het bestuur bestuurt op basis van de regels voor governance en medezeggenschap die onder andere zijn vastgelegd in de Pensioenwet en de Code Pensioenfondsen. Het bestuur hanteert de Code Pensioenfondsen en legt uit waar het van de normen in deze code afwijkt. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het bestuursbeleid. Aan bod komen onder andere: zelfevaluatie en geschiktheid, compliance, principes voor beheerst beloningsbeleid, Code Pensioenfondsen, diversiteitsbeleid, contact met AFM en DNB en de aanbevelingen naar aanleiding van het jaarwerk.

3.1 Wet toekomst pensioenen

De voorbereiding van het pensioenfonds op de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel was in 2024 een van de hoofddoelstellingen in de strategie van het fonds. Het pensioenfonds heeft belangrijke stappen gezet op weg naar de implementatie van de Wet toekomst pensioenen (Wtp) per 1 januari 2026. De Wtp-transitie zal in 2025 onverminderd het belangrijkste aandachtspunt zijn voor het bestuur

De belangrijke mijlpalen in 2024 waren het vaststellen door de sociale partners van het addendum van het transitieplan, de bestuurlijke besluiten over de nadere invulling van de pensioenregeling en evenwichtigheid van de transitie als geheel, de partiële beoordeling door DNB van de risicohouding en de datakwaliteit en het verwerken van de bevindingen daarvan door het pensioenfonds, de finale besluitvorming door het bestuur over de opdrachtaanvaarding en het invaarbesluit, het vaststellen van het implementatieplan en communicatieplan en de invaarmelding bij DNB op 31 januari 2025. Dit alles is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de sleutelfuncties, het verantwoordingsorgaan en de Raad van Toezicht. Later in deze paragraaf worden deze mijlpalen kort toegelicht.

 De concrete doelstellingen van het pensioenfonds voor de Wtp-transitie waren daarbij:

  • zorgen voor een zorgvuldig en tijdig proces van ontwerp, besluitvorming, transitie en implementatie van de uitwerking van de Wtp;
  • kennis en informatie over de Wtp delen met en tussen alle betrokkenen bij het pensioenfonds;
  • goede afstemming met deelnemers, werkgevers, sociale partners en DNB;
  • faciliteren van de sociale partners om te komen tot tijdige en onderbouwde besluitvorming en het door de sociale partners opstellen van het transitieplan, inclusief de inhoudelijke onderbouwing;
  • tijdige afstemming en stroomlijning met alle uitvoeringspartijen inzake de Wtp-implementatie, in het bijzonder met de pensioenuitvoeringsorganisatie, de vermogensbeheerders en de custodian;
  • implementatie van de Wtp tegen beheerste kosten;
  • implementatie van het bedrag ineens voor de implementatiedatum (invoering van de wetgeving hierover is tot nader orde uitgesteld); 
  • tijdige implementatie keuzebegeleiding voor de implementatiedatum (afgerond in 2023).

Planning en een zorgvuldig en tijdig proces: Beoogde transitiedatum 1 januari 2026
De beoogde overgangsdatum was in eerste instantie voorzien voor 1 januari 2024. De sociale partners en het fonds willen graag zo spoedig mogelijk overstappen naar de nieuwe pensioenregeling, omdat dit voordelen heeft voor de relatief jonge populatie van het fonds, vooral door beter te kunnen beleggen. Al snel bleek uit de monitoring van het kritieke tijdspad dat deze datum niet haalbaar was. Vervolgens is een midyear-overgang per 1 juli 2024 of overgang per 1 januari 2025 in overweging genomen. Beide beoogde transitiedatums bleken echter teveel operationele risico’s met zich mee te brengen. In afstemming met pensioenuitvoeringsorganisatie TKP is in 2024 als nieuwe beoogde overgangsdatum 1 januari 2026 afgesproken. Deze planning borgt zowel een beheerste transitie voor de pensioenuitvoering bij TKP als voldoende tijd voor de  besluitvormingstrajecten binnen het pensioenfonds zelf. Alhoewel de doorlooptijden uitdagend waren, heeft het pensioenfonds in 2024 een succesvol traject doorlopen met als resultaat dat in december 2024 en in januari 2025 de finale besluitvorming is afgerond en de Wtp-invaarmelding op 31 januari 2025 bij de toezichthouder DNB is gedaan.

Faciliteren van de sociale partners: addendum transitieplan
Door de invoering van de Wtp hebben sociale partners keuzes gemaakt in het kader van de transitie naar een nieuwe pensioenregeling. Het transitieplan is tot stand gekomen in wisselwerking tussen sociale partners en het bestuur van het pensioenfonds. De samenwerking van de sociale partners en het fonds was daarin van grote waarde. Dat leidde tot de bundeling van kennis, het allebei beschikken over dezelfde onderliggende berekeningen en het gezamenlijk bespreken van inzichten en afwegingen. Het transitieplan is door de sociale partners vastgesteld op 31 oktober 2023 en vervolgens aan het pensioenfonds gestuurd met het verzoek om de opdracht uit te voeren. Na het beschikbaar komen van nadere handreikingen van uit DNB over de inhoudelijke uitwerking van het transitieplan, is in 2024 een addendum voor het transitieplan opgesteld dat in januari 2025 door de sociale partners is vastgesteld. In dit addendum is een kwantitatieve uitwerking toegevoegd van de maatstaven en bandbreedtes van de doelstellingen die de sociale partners hadden gesteld. Het pensioenfonds heeft het transitieplan en het addendum op de website geplaatst zodat dit voor een ieder te raadplegen is.

Nieuwe pensioenregeling, invaarverzoek en compensatie
De sociale partners hebben de voorkeur gegeven aan een solidaire premieregeling. De belangrijkste kenmerken van de nieuwe pensioenregeling zijn door de sociale partners afgesproken in 2023 en opgenomen in het transitieplan.

De sociale partners hebben ook bepaald dat de pensioenregeling een solidariteitsreserve omvat. De sociale partners hebben de doelen van deze reserve afgesproken en geprioriteerd.

De transitie wijzigt de systematiek voor premie-inleg en pensioenopbouw. Dit heeft nadelige gevolgen voor sommige groepen actieve deelnemers. Sociale partners vinden het evenwichtig dat deze deelnemers gecompenseerd worden om de achteruitgang in verwacht pensioen na het invaren vanwege de afschaffing van de doorsneesystematiek te compenseren. Kernpunten van de compensatie zijn:

  • Compensatie vindt plaats vanuit het fondsvermogen, mits voldoende vermogen beschikbaar is op de transitiedatum;
  • De compensatie wordt toegekend als percentage van de pensioengrondslag;
  • Voor de compensatie is 3% van het vermogen beschikbaar;
  • De compensatie vindt plaats in één keer plaats op de transitiedatum. 

Het transitieplan bevat ook een verzoek van de sociale partners tot het zogenaamde ‘invaren’ van de pensioenen die tot de transitiedatum zijn opgebouwd. Dat betekent dat de al opgebouwde pensioenrechten en -aanspraken ook worden omgezet naar de nieuwe solidaire premieregeling. Het aanwezige fondsvermogen op de transitiedatum, dat dan niet langer geheel nodig is om buffers in het fonds aan te houden, wordt verdeeld over de persoonlijk pensioenvermogens van alle deelnemers, na aftrek van de verplichte minimum reserve-vereisten voor het fonds in het nieuwe pensioenstelsel, het vullen van de solidariteitsreserve en het financieren van de compensatie.

Nadere uitwerking door het fonds: Besluitvorming met nadruk op evenwichtigheid
Op basis van het transitieplan, heeft het pensioenfonds in 2023 en 2024 de uitgangspunten van de sociale partners voor de pensioenregeling, de solidariteitsreserve, de compensatie en het invaren nader uitgewerkt. In 2024 is hiervoor ook een nieuw risicopreferentieonderzoek (RPO) gedaan onder deelnemers. Dit om input te vragen voor het beleggingsbeleid dat het pensioenfonds gaat voeren, met name hoeveel beleggingsrisico het fonds gaat nemen (risicohouding). Ook is de inbreng van DNB op de partiële beoordeling van de risicohouding verwerkt.

Vervolgens zijn berekeningen uitgevoerd om de financiële effecten van de transitie te beoordelen, af te wegen en definitieve besluiten te nemen. Daarbij heeft het pensioenfonds zorggedragen, dat de transitie als geheel evenwichtig is voor alle deelnemers. De sleutelfuncties hebben in dit traject waardevolle opinies gegeven. Ook is er een nauwe en constructieve samenwerking geweest met het verantwoordingsorgaan  en de Raad van Toezicht. Er is overleg geweest over de belangrijke deelaspecten van de Wtp, met name de risicohouding, de evenwichtigheid en de opdrachtaanvaarding. Voor het invaarbesluit heeft het verantwoordingsorgaan een positief advies en de Raad van Toezicht goedkeuring gegeven aan het invaarbesluit.

Uitbestedingspartijen en beheerste bedrijfsvoering: Intensief overleg en concrete afspraken
Om te komen tot een beheerste en integere operationele bedrijfsvoering in de nieuwe Wtp-omgeving, heeft het pensioenfonds ook in 2024 veelvuldig en intensief overleg gevoerd en afspraken gemaakt met de uitbestedingspartijen.

Dat is vooral van belang voor de pensioenadministratie, die wordt uitgevoerd door de pensioenuitvoeringsorganisatie TKP. TKP is in 2023 gestart met de implementatie van een nieuw administratiesysteem Plexus van Keylane. Gezien de grote belangen voor het pensioenfonds heeft het pensioenfonds de implementatie intensief gevolgd en beoordeeld. De ontwikkeling en de tijdige gereedheid van Plexus, is belangrijke input voor het fonds voor het nemen van GO-NoGO besluiten voor de transitie.

Naast TKP is ook verder overleg gevoerd met de andere uitbestedingspartijen, met name de vermogensbeheerders, beleggingsadviseur Cardano en de custodian CACEIS. Tevens zijn afspraken gemaakt met de actuarieel adviseur Willis Towers Watson. De bestuursondersteuning is in het huidige stelsel, gedurende de voorbereiding op de Wtp-transitie en in het nieuwe stelsel ongewijzigd uitbesteed aan Montae & Partners. Het pensioenfonds heeft in 2024 geborgd dat er bij alle partijen voldoende capaciteit was om de tijdigheid en de kwaliteit van de geleverde diensten te borgen en tegen beheerste kosten uit te voeren. 

Voor het frequente overleg met de uitbestedingspartijen zijn door het pensioenfonds uiteenlopende werkgroepen ingericht. Ook is er een overkoepelende, gezamenlijke Stuurgroep van het pensioenfonds en TKP, die het transitie- en operationele implementatieproces monitort, besluiten neemt en escaleert wanneer nodig. Geregeld vinden TKP-bijeenkomsten plaats, samen met andere pensioenfondsen die door TKP worden bediend, waarin de (technische) onderwerpen en voortgang van de implementatie van het Plexus-systeem door TKP worden toegelicht. Ook voor het monitoren van de risico’s van het Wtp-traject vinden periodieke bijeenkomsten plaats.

Datakwaliteit: Van essentieel belang voor de Wtp-transitie
Voor pensioenuitvoerders is datakwaliteit van essentieel belang. Door afdoende inzicht in de datakwaliteit te hebben voorafgaand aan de transitie kan het fonds evenwichtige en adequate besluiten nemen en mogelijke fouten voorkomen bij de te berekenen persoonlijke pensioenvermogens. Het pensioenfonds heeft in 2023 een project opgestart waarin de volledigheid en juistheid van de data integraal zijn beoordeeld en aantoonbaar gemaakt vanuit risicoperspectief. Dit is gebeurd in nauwe samenwerking met de pensioenuitvoeringsorganisatie TKP. Het pensioenfonds heeft hierbij de richtlijnen van het Kader Datakwaliteit dat door de Pensioenfederatie is gepubliceerd. In het najaar 2024 is het project afgerond en voor een partiële beoordeling voorgelegd aan DNB. De bevindingen van DNB zijn verwerkt en in 2025 vinden de laatste werkzaamheden plaats.

Vooruitblik 2025: Verdere voorbereiding van de Wtp-transitie naar transitiedatum 1 januari 2026
In 2025 zal het pensioenfonds de reactie van DNB en de AFM op de invaarmelding ontvangen. Aansluitend zal het bestuur deze inbreng verwerken, waar van toepassing in nauwe samenwerking met de sociale partners, de sleutelfuncties, het verantwoordingsorgaan en de Raad van Toezicht.

Daarnaast gaat het pensioenfonds in 2025 voortvarend verder met de voorbereidingen van de operationele transitie en implementatie. In 2025 wordt de implementatie van het nieuwe pensioen-administratiesysteem van TKP  onverminderd nauw gemonitord. Dit gebeurt door periodieke TKP-rapportages, TKP-bijeenkomsten, rapporten opgesteld op basis van onderzoeken, risicoanalyses, (on-site) bezoeken en frequent overleg.

Voor wat betreft de datakwaliteit zullen in de tijd tot aan de transitiedatum de foutieve dataconstateringen volgens planning worden opgelost (‘get clean’) en de aantoonbaar adequate datakwaliteit worden behouden door daar waar nodig aanvullende maatregelen te implementeren (‘stay clean’).

In 2025 start ook het specifieke Wtp-communicatietraject, zowel voor de werkgevers als de deelnemers. De communicatie wordt frequenter en gaat inhoudelijk dieper. Ook ontvangen de deelnemers en pensioengerechtigden meer persoons-specifieke informatie om hen inzicht te geven in ‘wat betekent de Wtp voor mijn (verwachte) pensioenuitkering.'

Belangrijk in 2025 zijn de weloverwogen tussentijdse GO-NoGO besluiten richting de beoogde transitiedatum op 1 januari 2026 en het definitieve GO-NoGO-besluit in december 2025.   

3.2 Zelfevaluatie en geschiktheid

Bij zelfevaluatie gaat het om het functioneren van het bestuur als geheel en van de individuele bestuursleden afzonderlijk. Doel van de zelfevaluatie is de kwaliteit van het bestuur in stand te houden en waar nodig te verbeteren. Op 5 februari 2025 heeft de meest recente collectieve zelfevaluatie van het bestuur  plaatsgevonden. het bestuur greep deze zelfevaluatie aan om aan de hand van een aantal vragen terug en vooral vooruit te kijken. Aan de orde kwam onder andere:

  • De wijze van vergaderen, ruimte voor ieders mening en specifieke inbreng, samenwerking en sfeer in het bestuur;
  • Beschikbaarheid en tijdbesteding, effectiviteit van vergadering in bestuur en effectiviteit van de commissies;
  • Beleggen van de sleutelfuncties interne audit en risicobeheer vanaf 2026;
  • In het kader van de Code Pensioenfondsen, aandacht voor integriteit, continuïteit en inclusie.

Het pensioenfonds beschikt over een geschiktheidsplan waarin is vastgelegd over welke deskundigheid de individuele bestuursleden en het bestuur als geheel moeten beschikken en op welke wijze de deskundigheid wordt bevorderd. In het geschiktheidsplan worden de actuele en geambieerde geschiktheidsniveaus beschreven. Een opleidingsplan en opleidingsregister maken deel uit van het geschiktheidsplan. Om de kwaliteit van functioneren te kunnen waarborgen, werkt het pensioenfonds met functieprofielen voor de verschillende rollen in het bestuur, de Raad van Toezicht, het verantwoordingsorgaan en voor de sleutelfunctiehouders interne audit, risicobeheer en actuarieel. Deze functieprofielen zijn leidraad bij de voordracht en (her)benoeming. Potentiële kandidaten kunnen zich op basis van het functieprofiel vooraf een volledig beeld vormen van de functie, de gevraagde inzet en deskundigheid, functie-eisen en verantwoordelijkheden.

3.3 Compliance

Onder compliance wordt het geheel van maatregelen verstaan dat zich richt op de implementatie, handhaving en naleving van externe wet- en regelgeving, alsmede op interne procedures en gedragsregels om te voorkomen dat de reputatie en integriteit van het pensioenfonds wordt aangetast. 

Het pensioenfonds hecht belang aan een deugdelijk pensioenfondsbestuur en een goede naleving van interne en externe regels. Het pensioenfonds ziet compliance als een onmisbare schakel in de missie om de belangen van deelnemers optimaal te behartigen.

3.3.1 Gedragslijn Verwerking Persoonsgegevens Pensioenfondsen

De Gedragslijn Verwerking Persoonsgegevens Pensioenfondsen (hierna: de Gedragslijn) is opgesteld door de Pensioenfederatie en heeft een dwingend karakter voor de pensioenfondsen die lid zijn van de Pensioenfederatie. Met deze gedragslijn laten pensioenfondsen zien op welke manier zij gegevens van (gewezen) deelnemers, pensioengerechtigden en andere aanspraak-gerechtigden beheren. Als lid van de Pensioenfederatie legt het pensioenfonds in dit jaarverslag verantwoording af over de toepassing van de normen uit de gedragslijn gedurende geheel 2024. Voor zover er mogelijk normen niet (volledig) zijn toegepast wordt dit gemotiveerd toegelicht.

De toepassing van de Gedragslijn is vastgelegd in alle privacy documenten. Naleving hiervan is in de (uitbestedings-)processen geborgd. De Privacy Officer van het pensioenfonds ziet hier actief op toe.

Daarnaast heeft bij alle kritische uitbestedingspartijen van het pensioenfonds die persoonsgegevens verwerken een uitvraag plaatsgevonden naar de naleving van de Gedragslijn. Hierbij is gekeken naar de beschikbare assurance rapportages en is gebruik gemaakt van uitvragen en overleggen met de uitbestedingspartijen van het fonds die tevens als verwerker zijn geclassificeerd. Alle uitbestedingspartijen hebben verklaard de normen van de Gedragslijn na te leven, in aanvulling op de geldende AVG-normen. Op basis van de uitkomst van de uitvraag is vastgesteld dat aan de normen van de Gedragslijn is voldaan.

Het pensioenfonds verklaart zich in 2024 aan de Gedragslijn Verwerking Persoonsgegevens door pensioenfondsen te hebben gehouden.

3.3.2 Gedragscode

Het pensioenfonds heeft een gedragscode die wordt nageleefd door de verbonden personen. Dit zijn (aspirant-)leden van het bestuur, de Raad van Toezicht, het verantwoordingsorgaan, de sleutelfunctiehouders en -vervullers, de toehoorders en andere aan het pensioenfonds verbonden personen. De gedragscode van het pensioenfonds is in lijn met de modelgedragscode van de Pensioenfederatie.

Doel van de gedragscode is het stellen van regels en richtlijnen om (een schijn van) belangenverstrengeling te voorkomen. Daarnaast staat in de gedragscode hoe moet worden omgegaan met vertrouwelijke informatie van het pensioenfonds. De gedragscode bevordert de transparantie en zorgt ervoor dat alle betrokkenen, ook voor hun eigen bescherming, duidelijk weten wat wel en niet geoorloofd is. Elke verbonden persoon verklaart schriftelijk de gedragscode te zullen naleven.

In 2024 is bij de evaluatie van de uitbestedingspartijen aan de uitbestedingspartijen gevraagd te verklaren dat de gedragscode van de betreffende uitbestedingspartij op uitgangspunten gelijkwaardig is aan die van het pensioenfonds. De conclusie is dat alle uitbestedingspartijen een gedragscode hanteren die op uitgangspunten gelijkwaardig is aan die van het pensioenfonds.

3.3.3 Compliance officer

Het pensioenfonds heeft in het kader van een beheerste en integere bedrijfsvoering een externe compliance officer. De compliance officer controleert onder andere of de gedragscode van het pensioenfonds wordt nageleefd. Tot 1 december 2024 werden de compliance-werkzaamheden uitgevoerd door HVG Law. Met ingang van 1 december 2024 is TriVu de externe compliance officer van het pensioenfonds. De compliance officer heeft in 2025 de naleving van de gedragscode over 2024 door de verbonden personen beoordeeld en gerapporteerd aan het bestuur.Het bestuur legt over compliance elk jaar verantwoording af aan alle betrokkenen door middel van dit jaarverslag. De compliance officer geeft in het rapport over 2024 aan dat de gedragscode is nageleefd. Meer informatie over het rapport van de compliance officer is te lezen in hoofdstuk 6.

<Na ontvangst rapportage Compliance Officer bekijken of aanvulling in de tekst nodig is.>

3.4 Beloningsbeleid

Het pensioenfonds voert een beheerst beloningsbeleid. Overeenkomstig de Pensioenwet en het Besluit uitvoering Pensioenwet voert het fonds een beloningsbeleid dat niet aanmoedigt tot het nemen van meer risico’s dan voor het fonds aanvaardbaar is. De richtlijnen van de Pensioenfederatie zijn betrokken bij het vaststellen van de hoogte van de vergoeding.

De bestuursleden ontvangen voor de reguliere werkzaamheden een vaste vergoeding op jaarbasis. Bij de vaststelling van de hoogte van de beloning spelen vervangingswaarde, verantwoordelijkheid, functiewaardering en tijdsbesteding een rol. Op basis hiervan is de feitelijke tijdsbesteding voor de leden van het bestuur bepaald op 1,2 dag per week, voor de onafhankelijk voorzitter is dit vastgesteld op 2,7 dagen per week en voor een lid van het Dagelijks Bestuur is dit 1,95 dagen per week.  De beloning van de onafhankelijk voorzitter is hoger dan die van een lid van het (dagelijks) bestuur door de inhoud en de verantwoordelijkheid van de functie. 

De leden van de Raad van Toezicht van het pensioenfonds ontvangen een vaste jaarlijkse vergoeding. De leden van het verantwoordingsorgaan ontvangen een vacatievergoeding per vergadering. 

Beheerst belonen is onderdeel van het uitbestedingsbeleid van het pensioenfonds. Het pensioenfonds verlangt ook van uitbestedings- en contractpartijen dat zij een beheerst beloningsbeleid hebben. De uitgangspunten en de beloningen zijn tevens opgenomen in de ABTN van het pensioenfonds.

<Wil het DB ook iets vermelden over de extra werkzaamheden van de voorzitter in de laatste maanden van 2024 in het kader van Wtp?>

<Wil het DB/bestuur ook meer inzage geven in de vergoedingen aan bestuur/RvT (agendapunt BV 5/3)? Dit moet dan nog worden toegevoegd>

3.5 Code Pensioenfondsen

De Code Pensioenfondsen werkt volgens het ‘pas toe of leg uit’-principe. Het pensioenfonds volgt de normen van deze code.

Per 1 januari 2024 is de Code Pensioenfondsen herzien. Pensioenfondsen kregen tot en met 31 december 2024 de tijd om de herziene Code Pensioenfondsen te implementeren. In het eerste kwartaal van 2024 inventariseerde het bestuur aan welke normen wel, gedeeltelijk en niet werd voldaan. Deze inventarisatie werd besproken met het verantwoordingsorgaan en de Raad van Toezicht. Vervolgens zijn de nodige aanpassingen in gang gezet. De voornaamste aanpassingen zijn de volgende:

  • De statuten zijn aangepast. In de statuten is nu verankerd dat de maximale zittingstermijn van de leden van de fondsorganen twee maal vier jaar is. En dat een bestuurslid of lid van het verantwoordingsorgaan als daarvoor aanleiding bestaat voor een derde termijn van maximaal vier jaar kan worden benoemd. In dat geval onderbouwt het bestuur de aanleiding voor een derde benoeming en deelt het bestuur dit met de overige organen.
  • Het bestuur stelde in 2024 een Business Continuïty Plan op voor noodsituaties;
  • De Raad van Toezicht zal in het toezichtsplan vanaf 2025 en verder een aantal zaken meer expliciet benoemen (o.a. (a) de interactie tussen de Raad van Toezicht en de andere fondsorganen en sleutelfunctiehouders, (b) hoe de Raad van Toezicht het functioneren van het bestuur toetst inclusief het normenkader); 
  • Het diversiteits- en inclusiebeleid en bijbehorende plan van aanpak is geactualiseerd.

Het pensioenfonds voldeed eind 2024 op één punt nog niet volledig aan de herzien Code: De Code schrijft voor dat het intern toezicht in het bestuursverslag, op basis van een vooraf door het intern toezicht vastgestelde toezichtvisie en een eerder geformuleerd normenkader, verantwoording aflegt over de verrichte werkzaamheden, de bevindingen rapporteert en (zo nodig) aanbevelingen doet. De Raad van Toezicht zal in het toezichtsplan voor 2025 en de jaren erna expliciet vastleggen hoe de Raad van Toezicht het functioneren van het bestuur toetst, wat daarbij het normenkader is en wat de raad daarvoor nodig heeft

De Code nodigt pensioenfondsen uit om over een aantal normen verhalend te rapporteren in het jaarverslag. Deze normen zijn hieronder opgenomen met een verwijzing naar de verhalende toelichting in het jaarverslag.

Rapportagenorm Voldoet het pensioenfonds aan de norm? Vindplaats toelichting jaarverslag of website
Norm 1 - Aandacht hebben voor de missie, visie, strategie    
Het pensioenfonds heeft een missie, visie en strategie. Daarin beschrijft het pensioenfonds wat het pensioenfonds wil betekenen en bereiken voor zijn belanghebbenden, rekening houdend met hun voorkeuren en belangen. Op deze wijze bepaalt het pensioenfonds wat zijn strategische doelstellin¬gen en beleidsuitgangspunten, waaronder de risicohouding, zijn. Het pensioenfonds evalueert zijn missie, visie en strategie periodiek en rapporteert hierover in zijn bestuursverslag. Ja In hoofdstuk 1.3 rapporteert het bestuur over de missie, visie en strategie en de periodieke evaluatie daarvan.
Norm 4 - Kennen van de voorkeuren van de belanghebbenden    
Het pensioenfonds verdiept zich in de voorkeuren van de bij het pensioenfonds betrokken belanghebbenden en betrekt deze voorkeuren bij het bepalen van zijn strategische doelstellingen en beleidsuitgangspunten en gaat daarover met de belanghebbenden in gesprek. Het pensioenfonds rapporteert hierover jaarlijks in het bestuursverslag. Ja Het bestuur rapporteert in hoofdstuk x.x over het kennen van de voorkeuren van de belanghebbenden.
Norm 15 - Open en transparant zijn    
Het bestuur vervult zijn taken op een voor belanghebbenden transparante, open en toegankelijke wijze. Het bestuur rapporteert jaarlijks in zijn bestuursverslag in ieder geval over:
• de missie, visie en strategie;
• de naleving van deze code en de interne gedragscode;
• de evaluatie van het functioneren van het bestuur;
• de afhandeling van klachten en geschillen en de wijzigingen in regelingen of processen die daaruit voortvloeien.
Ja - missie, visie en strategie hoofdstuk 1.3
- de naleving van de Code PF hst 3.5
- de naleving van de interne gedragscode: hoofdsuk. 3.3.2
- de zelfevaluatie bestuur: hoofdstuk 3.2
- klachten en geschillen: hoofdstuk 2.6
Norm 34 - Geschiktheids-, diversiteits- en inclusiebeleid naleven en uitdragen    
Het pensioenfonds heeft een schriftelijk beleid vastgesteld om de diversiteit en inclusie in zijn fondsorganen te vergroten of in stand te houden. Dit beleid stelt passende doelen op ten aanzien van de mate van diversiteit op alle voor het pensioenfonds relevante maatschappelijke aspecten, waar¬onder tenminste geslacht of genderidentiteit, leeftijd en sociaal-culturele achtergrond. Op basis van dit beleid heeft het pensioenfonds een planmatige aanpak gericht op het bereiken van deze doelen. Het bestuur herijkt dit beleid periodiek en rapporteert jaarlijks in het bestuursverslag over de resultaten van dit beleid. Ja In hoofdstuk 3.6 rapporteert het bestuur over de resultaten van het diversiteits- en inclusiebeleid.

3.6 Diversiteitsbeleid

In 2024 is het diversiteits- en inclusiebeleid grondig herzien en geactualiseerd. Het bestuur vindt het belangrijk dat alle belanghebbenden van het pensioenfonds zich vertegenwoordigd kunnen voelen en zich kunnen herkennen in de (samenstelling van de) pensioenfondsorganen. Het bestuur is van mening dat divers samengestelde pensioenfondsorganen, waar ruimte is voor uiteenlopende invalshoeken en perspectieven, bijdragen aan het goed besturen van het pensioenfonds. 

Het pensioenfonds heeft de volgende doelstellingen voor de samenstelling van het bestuur, het verantwoordingsorgaan en de raad van toezicht:

  • een verscheidenheid aan vaardigheden (bijvoorbeeld professionele achtergrond);
  • een verscheidenheid aan sociaal-culturele achtergrond;
  • variatie in genderidentiteit: een fondsorgaan heeft zowel tenminste een lid dat zich als vrouw identificeert als een lid dat zich als man identificeert; en
  • variatie in leeftijd: in het bestuur en in het verantwoordingsorgaan hebben ten minste één persoon jonger dan 40 jaar en één persoon ouder dan 40 jaar zitting.

Het bestuur streeft daarnaast naar een open cultuur waarin daadwerkelijk ruimte is voor verschillen in identiteit en perspectief. Zo kan in de besluitvorming actief gebruikt worden gemaakt van de verschillen en verschillende perspectieven.

Om de diversiteit binnen het pensioenfondsbestuur te bevorderen en te implementeren heeft het bestuur een stappenplan diversiteit en inclusie opgesteld. Naast het stappenplan heeft het pensioenfonds een beleid aspirant-bestuurder en een beleid traineeship opgesteld.

Het bestuur trekt de diversiteitsdiscussie breder dan uitsluitend de fondsorganen. Zo weegt het bestuur ook de diversiteit van adviseurs en fondsondersteuners die intensief en nauw bij het bestuur betrokken zijn. 

Het verantwoordingsorgaan bestond op 31 december 2024 uit twee vrouwen en vijf mannen. De Raad van Toezicht bestond op 31 december 2024 uit één vrouw en twee mannen. Het bestuur bestond op 31 december 2024 uit één vrouw en zes mannen. Zowel bestuur als verantwoordingsorgaan hadden op 31 december 2024 één lid jonger dan 40 jaar.

Vanaf september 2024 loopt één van de deelnemers aan de PensioenLab Academie als stagiair mee in het bestuur. PensioenLab Academie leidt jongeren op voor een bestuursfunctie bij een pensioenfonds. De stage loopt tot en met april 2025.

3.7 IT-beleid

Bestuurlijke IT-omgeving
Het fonds heeft een eigen bestuurlijke IT-omgeving. Bij de inkoop van de dienstverlening is een cloud computing risicoanalyse uitgevoerd. De geïdentificeerde risico’s bevinden zich, nadat op  onderdelen aanvullende mitigerende maatregelen zijn genomen, binnen de tolerantiegrenzen van het pensioenfonds. Leden van het bestuur, het verantwoordingsorgaan en de Raad van Toezicht zijn verplicht gebruik te maken van de bestuurlijke IT-omgeving. Het pensioenfonds beschikt over een IT-beleid waarin is vastgelegd hoe bestuurs(orgaan)leden dienen om te gaan met IT-middelen die zij ten behoeve van de uitoefening van hun functie bij het pensioenfonds gebruiken. Daarnaast beschikt het pensioenfonds over een datakwaliteitbeleid en monitort de functionaris gegevensbescherming de naleving van privacywetgeving, waaronder de opvolging van datalekken.

Het fonds heeft Microsoft Office 365 als e-mailoplossing en DRM ICT Solutions als IT-dienstverlener. Daarnaast wordt gewerkt met de eigen bestuurlijke vergadertool Indeqa. Alle leden van de fondsorganen en vaste externe adviseurs hebben een e-mailadres dat eindigt op @pensioenfondsrecreatie.com. E-mails zijn hierdoor beveiligd tussen de fondsorganen. Er is ook een beveiligde verbinding met DNB (eHerkenning via Reconi) voor het indienen van de rapportages.

DORA
DORA is een Europese verordening die sinds januari 2023 van kracht is. Deze verordening verplicht financiële instellingen hun IT-risico's effectiever te beheren en zich te wapenen tegen cyberdreigingen. Op 17 juli 2024 hebben de Europese Toezichthoudende Autoriteiten een tweede pakket beleidsmaatregelen gepubliceerd onder DORA. Dit pakket omvat vier definitieve technische reguleringsnormen (RTS), een set technische uitvoeringsnormen (ITS) en twee richtlijnen, alle bedoeld om de digitale operationele veerkracht van de financiële sector binnen de EU te versterken.

Het pensioenfonds moet per 17 januari 2025 aan de DORA regelgeving voldoen en daarmee ook aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen. Het pensioenfonds wordt bij de implementatie van DORA ondersteund door Montae & Partners en de IT-officer van het pensioenfonds (DORA-project) aan de hand van de DORA-checklist en de DORA-voortgangsrapportages. Het DORA-project is opgedeeld in drie fasen: het aanpassen van beleidsdocumenten, het aanpassen van de contracten met de uitbestedings- en contractpartijen (die al dan niet ICT-dienstverlening uitvoeren in kritieke, belangrijke of reguliere functies), en het opstellen en het bijhouden van het informatieregister.

Om aan DORA te voldoen is een aantal beleidsdocumenten geactualiseerd en zijn nieuwe documenten vastgesteld in de bestuursvergadering van 6 november 2024: 

Fondsdocument Wijziging of nieuw
Incidentenbeleid en Procedure_Ernstige_ICT-incidenten_Pensioenfonds Recreatie Wijziging
IT- en informatiebeveiligingsbeleid Wijziging
Uitbestedingsbeleid Wijziging
Informatieregister Nieuw
Incidentenregistratieformulier Nieuw
Business continuity plan Nieuw

3.8 Incidentenbeleid

Het pensioenfonds beschikt over een incidentenregeling. Een incident is een gedraging of gebeurtenis die een ernstig gevaar vormt voor de integere uitvoering van het bedrijf van het pensioenfonds. Het bestuur is niet bekend met (vermoedens van) incidenten van deze ernst die zich in 2024 hebben voorgedaan. Tevens is het bestuur niet bekend met (vermoedens van) incidenten die zich bij de uitbestedingspartijen, adviseurs en/of de waarmerkend accountant en certificerend actuaris hebben voorgedaan.

3.9 Klachten- en geschillenprocedure

Het pensioenfonds beschikt over een klachten- en geschillenprocedure, die in lijn is met de Pensioenwet en met de Gedragslijn Goed omgaan met klachten van de Pensioenfederatie. Een klacht is iedere uiting van ongenoegen. Op de website van het pensioenfonds wordt uitgebreid beschreven wat een (gewezen) deelnemer of pensioengerechtigde kan doen wanneer deze ontevreden is en een klacht wil melden. 

  2024 2023 2022 2021 2020 2019
Aantal klachten/geschillen 88 1 8 13 12 6

Luisteren naar deelnemers en daar naar handelen biedt kansen om onze dienstverlening structureel te blijven verbeteren. Hierbij volgt het pensioenfonds de geactualiseerde versie (11 september 2023) van de Gedragslijn Goed omgaan met Klachten (gedragslijn). Dit is een vorm van zelfregulering waarmee leden van de Pensioenfederatie hebben vastgelegd wat het basisniveau is van hoe de pensioenfondsensector wil omgaan met klachten. Hiermee sluit het pensioenfonds aan bij de verwachtingen van deelnemers en is het pensioenfonds goed voorbereid op de verwachte toestroom van vragen en klachten door de stelselwijziging. Het pensioenfonds hanteert de bredere definitie van een klacht: elke uiting van ontevredenheid van een persoon gericht aan het pensioenfonds. Daarnaast heeft het pensioenfonds een klachtenbeleid. Hierin staat beschreven wat de succesfactoren zijn van goed klachtenmanagement en hoe het bestuur daarop stuurt. Met ingang van 1 januari 2024 verwijst het pensioenfonds bij de gehele of gedeeltelijke afwijzing van een geëscaleerde klacht door naar de nieuw opgerichte Geschilleninstantie Pensioenfondsen (GIP).

In onderstaand schema staan de aantallen klachten, geëscaleerde klachten en geschillen over 2024 toebedeeld aan een aantal vaste rubrieken zoals beschreven in de gedragslijn. 

Als gevolg van de invoering van de Wet toekomst pensioenen en de Gedragslijn Goed omgaan met klachten is in oktober 2023 een nieuwe klachten- en geschillenprocedure vastgesteld.  Deze nieuwe procedure bevat een andere definitie van een klacht. Het begrip klacht is ruimer dan voor de wijziging. Nu wordt Iedere uiting van ongenoegen geregistreerd als klacht, waardoor het aantal klachten ten opzichte van 2023 flink is gestegen. In 2024 zijn 88 klachten ontvangen en afgehandeld. 

Onderverdeeld naar onderwerp (AFM classificatie) geeft dat het volgende beeld:

Onderwerp Aantal klachten   Geëscaleerde klachten   Geschillen  
Klachten/geschillen in behandeling per 1 januari 2024:   0   0   0
             
Afgehandelde klachten/geschillen 2024 per onderwerp:            
  - Service en klantgerichtheid 1   0   0  
  - Behandelingsduur 0   0   0  
  - informatieverstrekking 4   0   0  
  - deelnemersportaal 6   0   0  
  - keuzebegeleiding 0   0   0  
  - pensioenberekening en -betaling 60   0   0  
-   registratie werknemersgegevens/datakwaliteit 6   0   0  
-   toepassing wet- en regelgeving: algemeen 6   0   0  
-   toepassing wet- en regelgeving: invaren, transitie 1   0   0  
-   financiële situatie 2   0   0  
-   duurzaamheid 0   0   0  
-   overig 2   0   0  
             
Afgehandelde klachten/geschillen in 2024:   88   0   0
Klachten/geschillen in behandeling per 31 december 2024:   0   0   0

De pensioenuitvoeringsorganisatie van het pensioenfonds, TKP, heeft in 2024 het proces voor het periodiek meten van de klanttevredenheid over de behandeling van klanten ingericht volgens de nieuwe regels. De klanttevredenheid over de behandeling van klachten wordt gemeten en er worden data verzameld. Via het feedbackproces kijkt het pensioenfonds op een stelselmatige wijze naar mogelijke verbeteringen om door te voeren op basis van de ontvangen klantsignalen. In 2025 vindt verdere inrichting van het feedbackproces plaats en kunnen op basis van in 2024 verzamelde data concrete verbeterpunten benoemd worden.

3.10 Communicatiebeleid

Communicatie 2024
Afgelopen jaar heeft het pensioenfonds diverse activiteiten, campagnes en projecten uitgevoerd op het gebied van communicatie. Onder andere is de Digitale Bereikbaarheids-campagne en de Welkom Nieuwe Medewerker-campagne uitgevoerd. Daarnaast is een Verkort Jaarverslag gepubliceerd, een onderzoek beleggingsrisico uitgevoerd (Risicopreferentieonderzoek, RPO) en deelgenomen aan de ZwembadBranchedag. Ook is ingezet op LinkedIn om de (werkgevers)doelgroep via een extra kanaal te bereiken.

Verder zijn alle procesbrieven, zoals de januarimailing, UPO’s en GUPO’s, verzonden. Ook zijn er nieuwsbrieven verstuurd naar deelnemers en werkgevers. Via verschillende communicatiekanalen, zoals de website, LinkedIn en partnerkanalen, zijn relevante updates gedeeld. Zichtbaar is dat het aantal bezoekers op de website toeneemt na het versturen van nieuwsbrieven en gerichte campagnes, wat erop wijst dat deze communicatiemiddelen effectief bijdragen aan de zichtbaarheid en het bereik van het pensioenfonds.

Daarmee wordt niet alleen voldaan aan de communicatieverplichtingen volgens de Pensioenwet en de afspraken uit de SLA, maar wordt ook ingezet op proactieve communicatie. 

De geplande Wtp-campagnes zijn verplaatst naar 2025, aangezien de Wtp-overgangsdatum is uitgesteld naar januari 2026. Toch heeft het pensioenfonds diverse keren via verschillende kanalen gecommuniceerd over de nieuwe regeling en onder andere het Wtp-communicatieplan verder uitgewerkt. Dit plan is op 31 januari 2025 ingediend bij de AFM, waarmee een belangrijke stap is gezet richting de transitie naar de nieuwe pensioenregeling.

Hoofdpunten van de communicatie
In de communicatie lag de focus op de thema’s zelfredzaamheid vergroten, relaties verstevigen, het ontzorgen van deelnemers en werkgevers en met dit alles bouwen aan vertrouwen. Deze doelen waren in het communicatiejaarplan 2024 als volgt gedefinieerd. 

1. Deelnemers – zelfredzaamheid vergroten (zelfredzaamheid)

  • Inzicht in eigen pensioensituatie vergroten
  • Inzicht in pensioenkeuzes en acties die deelnemer kan ondernemen vergroten
  • Aanzetten tot actie ondernemen als deelnemer dit zelf nodig vindt  

2. Deelnemers – relatie met het fonds verbeteren (relatie)

  • Bereikbaarheid vergroten (via verschillende kanalen)
  • Ervaren van het fonds als #Gastvrij pensioenfonds
  • Een bijdrage leveren aan het vergroten van tevredenheid

3. Werkgevers – ondersteuning bieden (ontzorgen)

  • Deelnemers verwijzen naar het fonds
  • Een bijdrage leveren aan het bieden van administratief gemak

4. Werkgevers – vertrouwen versterken (bouwen aan vertrouwen)

  • Weten dat het pensioen is geregeld via Pensioenfonds
  • Beleeft de regeling als waar voor zijn geld
  • Ervaart het fonds als #Gastvrij pensioenfonds
  • Bereikbaarheid vergroten

Belangrijke inzichten uit de activiteiten

  • Websitebezoek wordt sterk beïnvloed door nieuwsbrieven, nieuwsberichten en gerichte campagnes. De meeste bezoekers komen via deze kanalen.
  • Welkom Nieuwe Medewerker-campagne: veel digitaal benaderde deelnemers openden de e-mail en een deel klikte door naar de website. Bij benadering per post was de directe respons lager, maar een deel logde alsnog in via andere wegen. Dit onderstreept het belang van digitale communicatie en het vergroten van de digitale bereikbaarheid.
  • Digitale Bereikbaarheids-campagne: de doelstellingen zijn behaald en er is een aanzienlijke toename in digitale bereikbaarheid gerealiseerd. De herinneringsmail speelde hierbij een belangrijke rol en zorgde voor een sterke stijging in het aantal verkregen e-mailadressen. Dit benadrukt het belang van follow-up communicatie.
  • LinkedIn: ook in 2024 hebben we ingezet op LinkedIn. Dit platform bleek effectief om werkgevers en deelnemers te informeren over pensioengerelateerde onderwerpen. We hebben regelmatig berichten gedeeld over relevante ontwikkelingen in de sector. 

Deze korte bloemlezing illustreert hoe met de communicatie-inspanningen in 2024 is bijgedragen aan de zelfredzaamheid en relatie met de deelnemers en pensioengerechtigden, en het ontzorgen en winnen van vertrouwen van onze werkgevers. Ook in 2025 blijft het pensioenfonds zich hiervoor inspannen, naast de extra inspanningen om de transitie communicatief in goede banen te leiden.

3.11 Activiteiten sleutelfunctiehouders

In deze paragraaf wordt ingegaan op de activiteiten van de sleutelfunctiehouders interne audit en risicobeheer. Het bestuur heeft de actuariële sleutelfunctie ingevuld, middels uitbesteding, door de certificerend actuaris van het pensioenfonds. De werkzaamheden van de certificerend actuaris en de actuariële sleutelfunctie zijn grotendeels overlappend, daarom is er geen verslag van de sleutelfunctiehouder actuarieel opgenomen in het jaarverslag.

Verslag activiteiten 2024 sleutelfunctiehouder interne audit 

1. Inleiding
Met ingang van 13 januari 2019 is IORP II,  geldend voor pensioenfondsen, geïmplementeerd in Nederlandse wet- en regelgeving. Op basis van artikel 143a van de Pensioenwet is een Pensioenfonds verplicht een Interne Auditfunctie (hierna: IAF) in te richten. Op grond van FTK artikel 22a is het Pensioenfonds verplicht schriftelijk beleid rondom de sleutelfunctie Interne Audit te hebben. Middels het interne auditcharter is hier invulling aan gegeven. In het kader van de 3-jaarlijkse actualisatie heeft het bestuur het aangepaste interne auditcharter vastgesteld op 24 november 2022.

Per 1 januari 2024 is Bas Vroegh benoemd tot (externe) sleutelfunctiehouder interne audit (hierna: SFH IA). KPMG Advisory N.V. (hierna: KPMG) is aangewezen als vervuller van de IAF.
Voor gedetailleerde informatie wordt verwezen naar de afzonderlijke plannen, rapporten en notities.

2. Interne audits IAF 2024
De activiteiten zoals opgenomen in het auditplan 2024 zijn voor wat betreft de eigen audits beperkt.

De geplande quickscan van DORA (Digital Operational Resilience Act) is wel opgestart, maar in de opstart fase werd duidelijk dat de gekozen methode van de quickscan niet afdoende was vanwege gebrek aan tijd om de gewenste scope te realiseren. Besloten is de quickscan stop te zetten en in 2025 als review audit opnieuw op de agenda te zetten.

De geplande review audit van het uitbestedingsproces van de bestuursondersteuning is niet opgestart omdat vanuit de organisatie berichten werden ontvangen dat alle tijd en middelen in de organisatie nodig waren voor de transitie in het kader van de WTP.  In overleg met het bestuur is in de bestuursvergadering van 9 oktober 2024 besloten deze audit niet in 2024 uit te voeren. In het interne auditplan 2025 is deze review audit opgenomen.

De voornaamste eigen auditactiviteiten hebben bestaan uit het uitvoeren van werkzaamheden in het kader van de transitie naar de Wtp. In 2024 hebben de verantwoordelijkheden, taken en werkzaamheden van de diverse sleutelfunctiehouders in het Wtp-traject zich weer verder uitgekristalliseerd, zowel sectorbreed als binnen het fonds.

Gedurende 2024 heeft het pensioenfonds diverse activiteiten ondernomen om te komen tot een transitie naar de Wtp per 1 januari 2025. Het pensioenfonds heeft echter moeten besluiten de transitiedatum uit te stellen naar 1 januari 2026.

In het voorjaar van 2024 is de SFH IA druk geweest met het beoordelen van verschillende versies van documentatie in relatie tot datakwaliteit. Uiteindelijk heeft dit geleid tot het afgeven van een opinie in juni 2024.Daarnaast heeft een beoordeling plaatsgevonden van de wijze van totstandkoming van de risicoanalyse in het communicatieplan Wtp. Na het afgeven van een voorlopige opinie medio januari 2025 is ultimo januari 2025 een definitieve opinie hieromtrent afgegeven. Als laatste heeft een beoordeling plaatsgevonden van de wijze van totstandkoming van de risicoanalyse in het implementatieplan Wtp. Op 20 januari 2025 is hieromtrent een definitieve opinie afgegeven. 

Gedurende 2024 zijn diverse bestuursvergaderingen bijgewoond om de ontwikkelingen in het kader van de transitie naar de Wtp te volgen. Eveneens heeft veelvuldig overleg plaatsgevonden met de andere sleutelfunctiehouders om elkaar te informeren over actuele ontwikkelingen en elkaar op de hoogte te houden van ieders activiteiten en bevindingen.

3. Interne audits multi cliënt audits TKP (MCA-TKP)
In 2024 zijn twee audits afgerond vanuit het multi-client auditplan 2023. Dit betroffen:
a. DORA readiness
b. Interne beheersing TKP

Ad a) DORA readiness - De audit DORA readiness is in Q2/2023 gestart en heeft tot doel inzicht te verschaffen in de DORA readiness van TKP en daarbij vast te stellen of geïdentificeerde gaps juist zijn ingeschat en de beschikbare actieplannen realistisch en voldoende concreet zijn geformuleerd. Voor de uitvoering van de werkzaamheden is een gefaseerde aanpak gehanteerd, waarbij in het voorjaar de gap-analyse is gereviewd en in het najaar het actieplan. Op 19 januari 2024 is het definitieve rapport van deze audit uitgebracht.
TKP heeft aangegeven zich te kunnen vinden in de conclusies en aanbevelingen.

Ad b) Interne beheersing - De audit Interne beheersing is in Q4/2023 gestart en ligt in het verlengde van eerder gehouden audits bij TKP. De audit had tot doel vast te stellen of het interne beheersingssysteem van TKP afdoende is om in opzet en bestaan aantoonbaar in control te zijn.

Tijdens de audit is een beoordeling van opzet en bestaan uitgevoerd op de elementen uit het Internal Control Framework van TKP, waaronder governance, procesbeheersing, interne controleactiviteiten, monitoring en rapportagestructuren. Tevens is er aandacht besteed aan het beoordelen van de werking van het interne beheersingssysteem. Daarbij is de werking van de interne beheersmaatregelen niet inhoudelijk getoetst op basis van deelwaarnemingen. Wel zijn er ter beeldvorming tijdens de interviews vragen gesteld over de werking van het interne beheersingssysteem van TKP. Op 6 juni 2024 is het definitieve rapport van deze audit uitgebracht.

Over deze audit is door de IAF een afzonderlijke notitie opgesteld welke in augustus 2024 is gedeeld met het bestuur. De IAF geeft hierin aan zich te kunnen vinden in de bevindingen, aanbevelingen en conclusies van BDO en de managementreactie van TKP. De IAF merkt op dat door TKP in de managementreactie bij drie aanbevelingen concrete datums worden genoemd. Bij de opvolging van twee aanbevelingen is dat niet het geval.

In het najaar van 2023 heeft op basis van een risicoanalyse een inventarisatie van auditonderwerpen plaatsgevonden. De IAF heeft hiervoor input geleverd. Begin 2024 is in gezamenlijk overleg bepaald welke onderwerpen in 2024 in het kader van de MCA-TKP uitgevoerd zouden kunnen worden. Dit is vastgelegd in het TKP multi-client auditplan 2024 dat is goedgekeurd in het MCA-TKP overleg van 12 maart 2024. 

Omdat TKP in de audit wensen van de MCA-groep zou voorzien middels eigen audits (via de op te zetten eigen derde lijn binnen TKP dan wel via continuous auditing door Deloitte) is in overleg met TKP besloten vooralsnog de eigen geplande audits van 2024 niet uit te voeren. Wel heeft de MCA-groep zich het recht voorbehouden om in 2024 te allen tijde zelf audits bij TKP uit te voeren als de omstandigheden veranderen of als de randvoorwaarden niet worden ingevuld.

In de zomer van 2024 bleek dat diverse fondsen behoefte hadden aan een onderzoek ten aanzien van de implementatie van DORA bij TKP. TKP kon echter niet aan de wensen van de pensioenfondsen tegemoet komen en daarom is dit onderzoek vanuit de MCA-TKP uitgevoerd. Het definitieve rapport van dit onderzoek door BDO is op 17 januari 2025 uitgebracht. In dit rapport worden diverse aanbevelingen gedaan. Het algemene beeld van BDO vat zich samen als dat het implementeren van de DORA vereisten bij TKP ‘work in progress’ is, de oplevering van deliverables naar achter is geschoven, er eind november 2024 capaciteit is opgeschaald (in de vorm van externe inhuur) en dat een aantal zaken niet tijdig gereed zullen zijn. Deze uitkomsten heeft de SFHA IA mondeling aan het dagelijks bestuur medegedeeld.

4. Overige activiteiten van de IAF
Primo 2024 heeft veelvuldig overleg plaatsgevonden met de vorige SFH IA om zorg te dragen voor een adequate overdracht. In maart 2024 heeft een eerste kennismaking plaatsgevonden met de Raad van Toezicht. In oktober is een voorstel gedaan voor het interne auditplan 2025 en een meerjarenplan voor de periode 2025-2027. Het interne auditplan 2025 plus meerjarenplan is vastgesteld in de bestuursvergadering van 6 november 2024. In november 2024 is gezamenlijk met het dagelijks bestuur een evaluatie uitgevoerd van de vervuller van de sleutelfunctie interne audit, KPMG. In november heeft het eerste periodieke overleg met de Raad van Toezicht plaatsgevonden.

Op basis van een risico-inschatting door de eerste en tweede lijn van het fonds is door de IAF in het najaar van 2024 input voor het MCA-TKP auditplan 2025 aangeleverd. Op basis van verzamelde input zijn mogelijke onderwerpen door het afstemmingsorgaan aan de MCA-groep voorgelegd. Een concept van het multi-client auditplan 2025 is op 10 december 2024 door de MCA-groep besproken.

In het kader van de structurele en facultatieve inbedding heeft de SFH IA verschillende bestuursvergaderingen en andere bijeenkomsten bijgewoond. In de bestuursvergaderingen zijn observaties of aanbevelingen gegeven ter ondersteuning van het bestuur.

Verslag activiteiten 2024 sleutelfunctiehouder risicobeheer
Per 1 januari 2024 is de invulling van de sleutelfunctie risicobeheer niet meer belegd binnen het bestuur, maar heeft het bestuur ervoor gekozen om deze rol buiten het bestuur te leggen. Deze wijziging bracht een aanpassing in de activiteiten van zowel het tweedelijns als het eerstelijns risicomanagement met zich mee. Zo is besloten dat de activiteiten van de sleutelfunctievervuller door de sleutelfunctiehouder worden opgepakt en is een eerstelijns risicomanager aangesteld. Ook is gekeken naar de impact die deze aanpassingen hebben in de vervulling van de activiteiten in de risicocommissie. Dit heeft geresulteerd in een risicocommissie waarin de eerste en tweede lijn op een constructieve wijze samenwerken en adequate scheiding van de eerste en tweede lijn geborgd blijft.  

De risicomanagementactiviteiten van het fonds worden jaarlijks bepaald en opgevolgd middels een jaarplan. Deze activiteiten worden gemonitord en besproken in de risicocommissie. De risicocommissie rapporteert elk kwartaal aan het bestuur middels de risicorapportage. Elke risicorapportage kent een paragraaf van de sleutelfunctiehouder risicobeheer.

Aan het begin van 2024 was het streven om per 1 januari 2025 de transitie naar het nieuwe stelsel uit te voeren. Vanwege voortschrijdend inzicht heeft het bestuur ervoor gekozen om de transitie uit te stellen en voor een transitie per 1 januari 2026 te gaan. Het bestuur heeft besloten om de voorbereiding op de transitie niet te vertragen en is hiermee voortvarend doorgegaan. De activiteiten van de sleutelfunctiehouder risicobeheer stonden daarmee in 2024 grotendeels in het teken van de voorbereiding op de transitie naar het nieuwe stelsel. Dit heeft geresulteerd in het insturen van het implementatieplan in januari 2025.

Bovendien is aandacht gehouden voor de beheersing van de reguliere risico’s. Als lid van de risicocommissie is de sleutelfunctiehouder nauw betrokken bij de (kwartaal)monitoring van het risicobeeld van het fonds. Hierbij wordt gekeken naar zowel de reguliere bedrijfsvoering als de voorbereiding op de transitie. Ook wordt al vooruitgekeken naar mogelijk benodigde veranderingen ten behoeve van het risicomanagement na de transitie. In 2024 is onder andere gekeken naar de risicohouding, ontwikkelingen op ICT-gebied (onder andere de implementatie DORA), incidentenbehandeling en continuïteit (business continuity management en bijbehorend plan).

De sleutelfunctiehouder risicobeheer is (al dan niet als lid van de risicocommissie) door het bestuur nauw betrokken bij de bestuurlijke besluitvorming. Ook is de sleutelfunctiehouder risicobeheer betrokken bij gesprekken met de pensioenuitvoeringsorganisatie TKP over het risicomanagement. De sleutelfunctiehouder heeft gedurende het jaar diverse (concept) risico-opinies uitgebracht. Het bestuur heeft de bevindingen van de sleutelfunctiehouder risicobeheer tijdens bestuursvergaderingen met de sleutelfunctiehouder besproken en steedsgemotiveerd aangegeven wat het bestuur met de bevindingen gaat doen.  

Naast contacten met het bestuur heeft de sleutelfunctiehouder risicobeheer periodiek afstemming met de sleutelfunctiehouder actuarieel en sleutelfunctiehouder interne audit gehad. Ook is er veelvuldig ad hoc contact geweest met de andere sleutelfunctiehouders, bestuursleden, bestuursondersteuning, projectbegeleider Wtp en externe adviseurs. Tevens heeft de Raad van Toezicht tweemaal een formeel gesprek met de sleutelfunctiehouder risicobeheer gevoerd. 

De sleutelfunctiehouder risicobeheer is van mening dat het bestuur risicomanagement de benodigde aandacht geeft en doet wat zij kan om in control te zijn en te blijven. De sleutelfunctiehouder risicobeheer ervaart dat zij hierin door het bestuur als belangrijke partner wordt gezien.

3.12 Aanbevelingen n.a.v. jaarwerk 2023

Elk jaar geven de certificerend actuaris, de accountant, de Raad van Toezicht en het verantwoordingsorgaan adviezen/aanbevelingen naar aanleiding van het jaarwerk. Alle aanbevelingen worden in kaart gebracht en besproken in de bestuursvergadering. Vervolgens draagt het Dagelijks Bestuur zorg voor verdere afhandeling en monitort de voortgang periodiek. De betreffende partijen worden geïnformeerd over de uitkomsten hiervan.

3.13 Contact met AFM en DNB

AFM
De AFM is als toezichthouder belast met het bevorderen van een zorgvuldige financiële dienstverlening aan consumenten waaronder het bewaken van de informatie die pensioenfondsen verschaffen ten aanzien van juistheid en begrijpelijkheid.

In 2024 heeft het fonds de toezichtsrapportage tweedepijlerpensioen ingediend.

DNB
DNB is als toezichthouder belast met het prudentieel toezicht. Het pensioenfonds verstrekt alle wijzigingen in statuten, reglementen, ABTN en de jaarstukken aan DNB. Verder informeert het pensioenfonds DNB met de voorgeschreven rapportages periodiek over de financiële situatie van het pensioenfonds.

De voorzitter van het pensioenfonds heeft de toezichthouder regelmatig geïnformeerd over de ontwikkelingen bij het pensioenfonds, waaronder de stand van zaken rond de Wet toekomst pensioenen.

Er is reguliere correspondentie met de toezichthouder geweest in 2024. Zo heeft het pensioenfonds van DNB verschillende algemene brieven ontvangen over op dat moment actuele thema’s voor pensioenfondsen. Dit zijn onder andere de toezichtthema’s 2024, instructiebrieven over het indienen van stukken en vragenlijsten over de implementatie van de Wet toekomst pensioenen (Wtp).

In het kader van de Wtp-transitie heeft het fonds DNB gevraagd op de onderdelen risicohouding en datakwaliteit een partiële beoordeling uit te voeren. Verder heeft het Dagelijks Bestuur regelmatig afstemming en overleg gezocht met DNB over de planning van de Wtp-transitie en de rol van de toezichthouder. Meer hierover staat in hoofdstuk 3.1.

Er zijn in 2024 geen dwangsommen of boetes opgelegd aan het pensioenfonds.

Versie: v8.2.22

Software voor digital-first corporate reporting

Creëer op efficiënte wijze publicaties die impact maken

Met iwink.report maak je publicaties op een eenvoudige en efficiënte manier. Je bespaart tijd, fouten en stress. Vanuit één plek publiceer je naar een volwaardige webversie, PDF en iXBRL-bestand. Zo geef je lezers de best mogelijke ervaring.

Meer over iwink.report